Logo

Update over de elektronische sigaret en de risico’s op kanker

Het gebruik van de elektronische sigaret of e-sigaret zit in stijgende lijn. De risico’s die gepaard gaan met dit gebruik roepen echter heel wat controversen op, vooral wat betreft de kankerverwekkende stoffen die de sigaretten zouden kunnen bevatten. Het tijdschrift “60 millions de consommateurs” publiceerde recentelijk (september 2013) een artikel dat bevestigt dat “elektronische sigaretten potentieel kankerverwekkende deeltjes in significante hoeveelheden kunnen uitstoten”, terwijl het recente rapport van het “OFT (Office Français de prévention du Tabagisme)” (mei 2013) bevestigt dat “de e-sigaret niet kankerverwekkend is”. Wat moeten we nu denken van deze tegenstrijdige vaststellingen?

Het onderzoek van het tijdschrift “60 millions de consommateurs” is vanuit methodologisch standpunt weinig gedetailleerd. Er wordt enkel vermeld dat “een constructie werd opgesteld die in staat is om de werking van een elektronische sigaret te simuleren en alle uitgestoten deeltjes op te vangen”, maar er wordt niet verder ingegaan op deze constructie noch op de gemeten concentraties of de uitgevoerde tests. Het rapport van het OFT baseert zich op resultaten die afkomstig zijn uit wetenschappelijke onderzoeken die werden gepubliceerd in rapporten of presentaties.

De drie gevonden kankerverwekkende stoffen in het onderzoek van “60 millions de consommateurs” zijn formaldehyde, acroleïne en acetaldehyde.

Formaldehyde wordt door het IARC (International Agency for Research on Cancer) inderdaad geklasseerd als kankerverwekkend (Groep 1). De resultaten van het onderzoek van het tijdschrift tonen aan dat in 3 van de 10 gevallen “de waargenomen waarden erg dicht komen bij die van gewone sigaretten”. Er wordt echter geen enkel cijfer gegeven; het is dus moeilijk om deze gegevens cijfermatig te duiden. De gegevens zijn bovendien niet op de meerderheid van de geteste producten van toepassing. Het OFT vermeldt in hun rapport concentraties van formaldehyde van 8 tot 16 ppm formaldehyde in de e-sigaretten, tegenover 86 in een gewone sigaret, ofwel minstens 5 keer minder formaldehyde in de e-sigaret dan in de klassieke sigaret.

Acroleïne is het resultaat van de dehydratatie (onttrekken van water) op hoge temperatuur van de glycerine die aanwezig kan zijn in de vloeistof van de e-sigaret. Het is een erg irriterende molecule. Volgens het IARC kan acroleïne niet geklasseerd worden naar zijn kankerverwekkende eigenschappen (Groep 3), wat betekent dat het op basis van de vandaag beschikbare gegevens  niet mogelijk is om te bepalen of deze stof kankerverwekkend is voor de mens. Volgens “60 millions de consommateurs” werd de stof enkel gevonden in een van de tien geteste modellen (cijfer werd niet meegedeeld). Volgens het rapport van het OFT kan acroleïne niet opgespoord worden in de rook van elektronische sigaretten; de temperatuur van de verstuiver is lager dan de temperatuur die vereist is voor de aanmaak van acroleïne. Het blijft echter aangeraden dit te controleren.

Acetaldehyde wordt door het IARC geklasseerd als mogelijk kankerverwekkend (Groep 2B), wat betekent dat de beschikbare gegevens over de kankerverwekkende eigenschappen beperkt zijn bij de mens en onvoldoende bij dieren, of onvoldoende bij de mens en voldoende bij dieren. “60 millions de consommateurs” bevestigt dat deze stof vrijkomt “in hoeveelheden die soms niet kunnen worden genegeerd en die een stuk lager liggen dan het gehalte dat wordt waargenomen bij gewone sigaretten”. Ze geven geen cijferhoeveelheid, wat de mogelijke interpretatie van dit resultaat beperkt. Het rapport van het OFT vermeldt concentraties van 2 tot 3 ppm in de geteste elektronische sigaretten, tegenover 119 ppm in een gewone sigaret.

De elektronische sigaret lijkt dus inderdaad kankerverwekkende of mogelijk kankerverwekkende stoffen te bevatten, maar altijd in veel lagere hoeveelheden dan gewone sigaretten. Volgens INCa ((Institut National (français) du Cancer), zijn de concentraties van kankerverwekkende stoffen in de e-vloeistoffen “erg laag” en “zonder klinisch belang”, wat impliceert dat “de rook van e-sigaretten niet direct kankerverwekkend is”. De stoffen die aanwezig zijn in tabak en die kankerverwekkend zijn (benzeen, arsenicum, chroom, enz.) zijn niet in significante concentraties aanwezig in de rook van e-sigaretten.

Het propyleenglycol en glycerol, in hoge mate aanwezig in de vloeistof van de e-sigaretten, zijn niet kankerverwekkend.

In 2011 raadde het ‘Agence Nationale de Sécurité du Médicament (ANSM)’ af om de elektronische sigaret te gebruiken om de risico’s van het gebruik van nicotine te vermijden, een stof die de WGO als “erg gevaarlijk” beschouwt (geen omkadering van het gebruik, risico op ernstig onbedoeld contact van de huid en de mond bij kinderen en risico op verslaving).
 

Auteur: unité Cancer Environnement - Overgenomen van: http://www.cancer-environnement.fr/64-Resultats-de-recherche.ce.aspx?q=cigarette