Ontwenningsverschijnselen

Nicotine creëert een chemische afhankelijkheid. 

Amper een uur nadat je hebt gerookt, is het nicotinegehalte in je bloed gehalveerd en worden bepaalde zenuwcellen niet meer gestimuleerd. Die beginnen daarop te reageren door een ongemakkelijk gevoel te creëren: je kunt je moeilijker concentreren, je wordt prikkelbaar, zenuwachtig,… Een nieuwe sigaret dringt zich op.

Het is zover, je besluit staat vast: je gaat stoppen met roken. Je lichaam kan je echter tot de orde roepen, het komt immers iets tekort.

Het zogenaamde ontwenningssyndroom omvat een hele reeks van symptomen, die al dan niet ernstig kunnen zijn:

  • een neerslachtig of zelfs depressief humeur
  • slapeloosheid
  • prikkelbaarheid, frustratie, woede
  • angstgevoelens
  • concentratiemoeilijkheden
  • zenuwachtigheid
  • een verlaagd hartritme
  • een grotere eetlust
  • transpiratie
  • hoofdpijn

Deze klachten kunnen mettertijd afnemen, maar als je er opnieuw last van krijgt kan dat genoeg zijn om te bezwijken voor de verleiding: je steekt ‘even’ een sigaret op om de klacht te doen verdwijnen.

Stoppen met roken kun je vergelijken met een rouwproces. Je verliest een echte “vriend” die er altijd voor je was, en daarmee ook je nachtrust, je motivatie, je energie. Dat heet een ‘reactionele depressie’, en is volkomen normaal. 

Het is daardoor niet altijd gemakkelijk om op eigen houtje te stoppen met roken. Nicotinevervangers kunnen de ontwenningsverschijnselen verlichten, maar soms kan een extra steuntje in de rug nodig blijken.

 

Medicijnen en psychologische ondersteuning.

Omgaan met ontwenningsverschijnselen.