|
De actualiteit ivm roken en stoppen met roken op de voet volgen, is een van de taken van de Tabakstop Lijn.
Onze specialisten schrijven regelmatig een nieuwe commentaar op artikels die verschijnen in de media..
Het laatste news vindt u hieronder, om alle onderwerpen te raadplegen: klik hier.
Laatste nieuws : Juli 2010
De Tabak Stop Lijn wordt ... Tabakstop!
Sinds haar oprichting is de Tabak Stop Lijn niet opgehouden met evolueren, om meer steun en raad te bieden en om beter beschikbaar te zijn voor mensen die willen stoppen met roken. Wat vroeger enkel een gratis en anonieme telefonische hulplijn voor rokers was (0800 111 00), is nu ook een website en een dienst die persoonlijke online begeleiding biedt om te stoppen met roken. Daarom verandert de Tabak Stop Lijn in Tabakstop, en krijgt de dienst een nieuw logo.
Juni 2010
Zware roker of niet: een kwestie van erfelijkheid!
Ondervindt u problemen bij het stoppen met roken? Individuele erfelijke
variaties lijken een invloed te hebben op het aantal sigaretten dat
iemand per dag rookt. En bijgevolg dus ook op de graad van verslaving
aan tabak en de nefaste gevolgen voor de gezondheid.
Bronnen: Belga & La Libre Belgique, 28-04-10
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Onderzoekers hebben kleine erfelijke variaties ontdekt op chromosomen 8
en 19. Die verhogen bij rokers het aantal sigaretten dat ze dagelijks
roken.
Deze erfelijke variaties komen vaak voor en veroorzaken bij rokers een
kleine verhoging van het aantal gerookte sigaretten (in de grootte orde
van bijvoorbeeld een halve sigaret per dag), maar ook een groter risico
op longkanker.
Vroegere onderzoeken hadden al het bewijs geleverd van erfelijke
variaties op chromosoom 15 en het risico op longkanker. Andere
onderzoeken hebben op datzelfde chromosoom erfelijke variaties ontdekt
die verband houden met het aantal gerookte sigaretten.
Het sigarettenverbruik van rokers zou dus direct afhangen van een gen
dat belast is met het afbreken van nicotine in het lichaam. Deze
ontdekking zou nieuwe pistes mogelijk maken voor een meer
geïndividualiseerde aanpak van stoppen met roken.
Nicotine is de voornaamste stof die verantwoordelijk is voor
rookverslaving. Nicotine is heel actief in de hersenen. Na een tijdje
wordt de stof gedeactiveerd in het lichaam en omgezet in cotinine. Als
een gevolg van de daling van het nicotinegehalte in het bloed, de
cerebrospinale vloeistof (rond de hersenen en ruggenmerg ) ontstaat er
een min of meer intense behoefte om opnieuw een sigaret op te steken.
Aan de oorsprong van de afbraak van nicotine in cotinine ligt een
enzym dat wordt aangemaakt door een welbepaald gen, het CYP2A6.
Bepaalde rokers vertonen echter afwijkingen aan dat gen. Bij deze
personen verloopt de afbraak van nicotine sneller, wat dus maakt dat ze
meer sigaretten gaan roken.
Omgekeerd is de combinatie van twee welbepaalde variaties gelinkt
aan een lager dagelijks verbruik. Er zijn ook andere combinaties
mogelijk die dan weer andere gebruiksniveaus met zich meebrengen.
Een onderzoek toont trouwens aan dat datzelfde CYP2A6 rechtstreeks
het te bereiken nicotineniveau beïnvloedt van mensen die een
nicotinesubsituut nemen, zoals een patch.
Al deze vaststellingen zouden kunnen leiden tot een aanpassing
gebaseerd op het erfelijk profiel wanneer men bij het stoppen met roken
gebruik maakt van nicotinesubstituten.
Stoppen met roken bij longkanker heeft zin
Patiënten met longkanker in een vroeg stadium, die stoppen met roken, hebben dubbel zoveel overlevingskansen verdubbelen als patiënten die blijven roken.
Bron: British Medical Journal- 21 januari 2010
Commentaar van de Stichting tegen Kanker:
In ons land is kanker na hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak. Tabak speelt een rol bij een derde van alle kankergevallen. Jaarlijks sterven in België dan ook duizenden mensen aan de gevolgen van roken.
Jaarlijks tellen we bijna 7 000 nieuwe gevallen van longkanker in België. Het is de vaakst voorkomende vorm van kanker bij mannen en de op twee na meest voorkomende vorm bij vrouwen. Terwijl we bij mannen een stabilisering merken van het aantal gevallen, zien we dat het aandeel bij vrouwen blijft stijgen.
Op dat vlak is België trouwens een triest recordhouder in de Europese Unie van het aantal overlijdens bij mannen te wijten aan longkanker.
Er bestaan verschillende vormen van longkanker afhankelijk van het soort cel in de luchtwegen. Naargelang het uitzicht van de cellen bij het microscopisch onderzoek spreken we van “kleincellige” kanker of van “niet-kleincellige” kanker. Die laatste vorm komt het vaakst voor.
Het soort longkanker en de graad van uitzaaiing van de ziekte bepalen de keuze van de behandelingen.
De warme rook van tabak tast geleidelijk aan de binnenwand van de luchtpijpen aan. Beetje bij beetje wordt hoesten de enige manier om slijmen en deeltjes uit de tabaksrook geleidelijk te verwijderen. In een gevorderd stadium van roken zal de aanhoudende irritatie de wanden van de luchtpijpen grondig aantasten en een transformatie van het slijmvlies veroorzaken. Dat kan dan weer leiden tot kanker. Deze veranderingen gebeuren, afhankelijk van de persoon, sneller of minder snel.
De resultaten van een analyse van verschillende onderzoeken aan de universiteit van Birmingham suggereren dat het de moeite loont om aan patiënten met longkanker in een vroeg stadium een hulpbehandeling voor te stellen om te stoppen met roken.
Tijdens hun leven hebben rokers twintig keer meer kans om een longkanker te krijgen in vergelijking met niet-rokers. Er bestonden echter nog geen gegevens over de voordelen van stoppen met roken na een kankerdiagnose.
De gegevens van deze analyse, waarop ter aanvulling nog andere onderzoeken nodig zijn, tonen aan dat mensen die stoppen met roken hun kansen op overleving zouden verdubbelen in vergelijking met mensen die blijven roken.
In tegenstelling tot wat men vaak denkt, is het nooit te laat om te stoppen met roken. Zelfs niet als men al longkanker heeft.
januari 2010
Stoppen met roken: de meest doeltreffende methodes
Momenteel hebben vier methodes om te stoppen met roken hun deugdelijkheid al bewezen: de behandeling met een nicotinesubstituut, varenicline (Champix), bupropion (Zyban) en cognitieve- en gedragstherapie.
Bron: Le Concours Médical, 15-01-10
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Er bestaan heel wat methodes voor mensen die willen stoppen met roken. Hoe de behandeling kiezen die het best bij u past? Dokter Anne-Laurence Le Faou maakt een stand van zaken op voor vier methodes die bestaan om te stoppen met roken.
De oudste en beste methode is die met nicotinesubstituten. Deze behandeling wordt vaak voorgeschreven aan patiënten die lijden aan aandoeningen zoals een coronaire hartziekte, chronisch obstructief longlijden (COPD of Chronic obstructive pulmonary disease) , nierstoornissen of mensen die te kampen hebben met angst of depressie. Een medische opvolging is nodig om de doses en de beste manier van toediening te bepalen.
Bupropion (Zyban) werkt doeltreffend na zeven à negen weken, maar is niet vrij van contra-indicaties en bijwerkingen (risico op stuipen bijvoorbeeld).
De resultaten verkregen door de toediening van varenicline (Champix) lijken beter dan die met Zyban, maar vergen meestal een langere behandelingsduur (gemiddeld 12 weken). Ook hier vallen er een aantal ongewenste neveneffecten te noteren: misselijkheid, slapeloosheid, abnormale dromen, hoofdpijn. Champix valt trouwens af te raden voor dialysepatiënten (nierstoornissen), voor kinderen en jongeren onder de 18 en voor zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven.
Zowel bupropion als varenicline zijn trouwens enkel vekrijgbaar op medisch voorschrift, terwijl nicotinesubstituten vrij vekrijgbaar zijn bij de apotheek.
De cognitieve- en gedragstherapieën lijken ook doeltreffend te zijn. Ze laten mensen, die willen stoppen met roken, toe om te reageren op risicovolle situaties zoals tv kijken, telefoneren, bij stress of om de honger te bestrijden.
Welke behandeling moet u nu kiezen? In het algemeen kunnen we zeggen dat de behandelingen met geneesmiddelen aangewezen zijn bij mensen met een sterke afhankelijkheid om de symptomen van de fysieke (lichamelijke) ontwenning te verzachten. Doeltreffende psychologische en gedragsbegeleiding blijft echter ook nodig.
De keuze voor de behandeling zal dus gebeuren in functie van het tabaksverbruik, de medische en psychologische voorgeschiedenis van de roker, het risico op bijwerkingen, het bestaan van eventuele contra-indicaties en voorgaande pogingen om te stoppen met roken.
Voor verdere informatie kan u de gratis Tabakstop Lijn telefoneren op 0800 111 00 tussen 15 en 19 uur.
augustus 2009
Onderzoek levert bewijs: roken is slecht voor de hersenen!
Iedereen weet al dat roken schade veroorzaakt aan het
ademhalingsstelsel van rokers en van mensen uit hun omgeving. Roken is
echter ook slecht voor de hersenen en kan leiden tot dementie.
Bron: J Neurol Neurosurg Psychiatry, online augustus 2009
Commentaar van de Stichting tegen Kanker
Gedurende tien jaar hebben onderzoekers 11 000 mensen gevolgd tussen
46 en 70 om de ontwikkeling van dementie te bestuderen. Ze hebben
vastgesteld dat roken, verhoogde bloeddruk en diabetes, drie grote
oorzaken van hart- en vaatziekten, ook een rol spelen bij deze
aandoening.
Mensen die bleven roken tussen hun 55 en 69 hadden een groter risico op dementie.
Het onderzoek heeft ook aangetoond dat, naarmate risicofactoren
(zoals roken) zich vroeg in het leven voordoen, de kansen op
ontwikkeling van dementie een stuk hoger liggen.
We mogen daaruit besluiten dat wat slecht is voor het hart, ook slecht is voor de hersenen.
Een ander, Nederlands onderzoek bij meer dan 6 000 mensen, die gedurende zeven jaar werden gevolgd (*), toont aan dat rokers een groter risico hebben op de ziekte van Alzheimer en andere soorten dementie.
De schade veroorzaakt aan de hersenen door het roken is heel groot:
het IQ van rokers lijkt sneller af te nemen dan dat van niet-rokers.
Volgens een Amerikaans onderzoek (**) doet roken ook de hersenschade, veroorzaakt door alcohol, nog toenemen.
De precieze oorzaken van deze problemen in de hersenen zijn niet met
zekerheid gekend. Een van de hypotheses luidt dat roken de bloedvaten
in de hersenen beschadigt. Wanneer ze minder zuurstof krijgen, zouden
de hersenen sneller beschadigd raken. En dat zou dan weer leiden tot
dementie.
(*)C. Reitz, MD, PhD, T. den Heijer, MD, PhD, C.
van Duijn, PhD, A. Hofman, MD, PhD and M.M.B. Breteler, MD, PhD.
Neurology, 2007.
(**) Jennifer M. Glass, Kenneth M. Adamsa, Joel T. Nigg, Maria M.
Wonga, Leon I. Puttler, Anne Buu, Jennifer M. Jester, Hiram E.
Fitzgerald and Robert A. Zucker. Drug and alcohol dependance, april
2008.
|